Stamboom Baars Rhenen

Rijndert Baars

Persoonskaart

Ouders

vader Geboortedatum moeder Geboortedatum
Johannes Baars 15.03.1839 Wiegertje van Waalen (Baars) 01.10.1842

Persoonsgebeurtenissen

Soort gebeurtenis Datum Plaats Omschrijving
Geboorte 22.11.1871 Rhenen, Utrecht, Nederland
Huwelijk 11.10.1911 Rhenen, Utrecht, Nederland
Andere gebeurtenis BET 1935 AND 1942 Opheusden, Gelderland, Nederland Ouderling in de Gereformeerde Gemeente in Nederland
Beroep Parlevinker / Winkelier
Verblijfsplaats Rhenen, Utrecht, Nederland Rijnstraat A14
Overlijden 25.10.1951 Rhenen, Utrecht, Nederland
Begrafenis 30.10.1951 Rhenen, Utrecht, Nederland Door ds. W.H. Blaak

Notities

Uit: OUD RHENEN - zevenentwintigste jaargang - september 2008 - no. 3 - blz. 31
Het gebruik van honden als trekdier werd met de Wet op de dierenbescherming van 1916 verder aangescherpt. Zo moest de eigenaar van de hond ervoor zorgen dat p de kar een drinkbakje en een plank om op te liggen aanwezig waren en het was niet meer toegestaan om je op de kar mee te laten voeren. Zo moest de eigenaar van de hond ervoor zorgen dat de kar een drinkbakje en een plank om op te liggen aanwezig waren en het was niet meer toegestaan om je op de kar mee te laten voeren. Vandaar dat in 1929 Reindert Baars, die het toch deed, voor zijn vergrijp bekeurd werd.


Gods genade verheerlijkt aan een alles verbeurdhebbend zondaar. Een korte levensbeschrijving van zijn natuurstaat tot zijn 20ste jaar. Daarna van zijn ontdekking van diep verloren toestand tot zijn 32ste jaar. Vervolgens zijn totale afsnijding en zijn doemvonnis te krijgen goed te keuren en door den Dierbaren Borge en Middelaar als een brandhout uit den vure gered, en met een Drieƫenig God verzoend en bevredigd is geworden. Door Reindert Baars, geboren te Rhenen op 22 november 1871. Opgeteekend in het 78ste jaar zijns levens. Hierbij nog twee liederen aan toegevoegd, die hij gedicht heeft, kort nadat hij uit het krankzinnigengesticht ontslagen was
[z.pl.], [1949], 37 p.

Gods genade verheerlijkt, isbn:9789075236538, R. Baars, 65 blz. gebonden
Theologie 2014
R. Baars (1871-1951) was verschillende jaren ouderling in de Bakkeriaanse gemeente te Opheusden en van 1946 tot zijn overlijden ouderling in de Oud Gereformeerde Gemeente te Rhenen. In 1949 heeft hij iets uit zijn leven, speciaal voor zijn nageslacht, op schrift gesteld, bang zijnde zijn eigen eer en niet Gods eer te bedoelen.
Wij kunnen in dit boekje lezen hoe dat hij, als een alles verbeurd hebbende zondaar, ontdekt werd aan zijn diep verloren toestand en hoe hij zijn doemvonnis kreeg goed te keuren en door de dierbare Borg en Middelaar als een brandhout uit het vuur werd gered en met een Drie-enig Gog verzoend is geworden.Door Reindert Baars, geboren te Rhenen op 22 november 1871. Opgeteekend in het 78ste jaar zijns levens. Hierbij nog twee liederen aan toegevoegd, die hij gedicht heeft, kort nadat hij uit het krankzinnigengesticht ontslagen was. Door Reindert Baars, geboren te Rhenen op 22 november 1871.


Een blaadje van een scheurkalender
Een bladzij uit het levensboek
H. Florijn

U kent ze misschien nog wel: de scheurkalenders met daarop voor iedere dag een bijbeltekst. Misschien hangen ze nog wel bij u thuis aan de muur. Soms kunnen er zich gebeurtenissen voordoen waarop zo''n bijbeltekst heel opmerkelijk van toepassing is. Iets dergelijks is ook het geval in eind 1942, in Rhenen.
Ze heeft een merkwaardige voornaam: Sijmpje, haar achternaam is Jordaan. Ze wordt op 22 december 1928 in Rhenen geboren. Daar zijn haar ouders Ud van de Gereformeerde Gemeente en Sijmpje is het eerste kind dat in deze gemeente gedoopt wordt, aldus het herdenkingsboek van de Gereformeerde Gemeente in deze plaats, getiteld Door God bewaard en staande gehouden.

Sijmpje groeit op en maakt het begin van de Tweede Wereldoorlog mee, waarin ook haar geboorteplaats Rhenen zo veel te lijden zal krijgen door de inval en verder door het Duitse schrikbewind en niet te vergeten de strenge winters.
Zo ligt er in 1941 een dik pak sneeuw over Rhenen en omgeving. De kinderen vinden het leuk en gaan met de slee spelen. Ook Sijmpje doet mee. Helaas vat ze daarbij een zware kou en wordt ze ernstig ziek. De ziekte verergert en loopt uit in een longontsteking; later blijkt ze ook t.bc. te hebben en zo moet ze lange tijd het bed houden.

In deze tijd werkt de Heere met haar door. Door haar ziekte ziet Sijmpje de dood steeds dichter voor ogen, tegelijk weet ze ook dat ze zo niet sterven kan. Eens zegt ze: ''Te moeten sterven en niet te kunnen. De Heere kan alles. Hij kan ook mij bekeren, maar of Hij het doen wil? Ik leg me maar in de hand des Heeren.'' Er zijn er die weet hebben van haar bekommernissen, een van hen is de ouderling van de Oud Gereformeerde Gemeente in haar woonplaats, Reindert Baars. Hij zoekt het kind op en spreekt met haar. Soms weet ze al dat hij komt, voordat hij binnen is: ze hoort het aan het knerpen van het grind. Ouderling Baars is ook een van degenen aan wie ze het later vertellen kan, als de Heere overgekomen is in haar leven met de woorden uit Jesaja I: l8: ''Komt dan en laat ons te zamen rechten, zegt de HEERE: al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.'' Het doet Sijmpje zingen uit Psalm I16, haar lievelingspsalm:

''God heb ik lief; want die getrouwe HEER'' Hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen; Hij neigt Zijn oor, k roep tot Hem al rnijn dagen; Hij schenkt mij hulp. Hij redt mij keer op keer.''

Vaak leest ze in haar Bijbel, vooral Psalm 42. Ze beseft dat het niet lang meer duren zal, kort voordat ze sterft spreekt ze haar broertjes en zusjes nog apart aan en roept ze op om toch veel in Gods Woord te lezen. Haar moeder toont haar verdriet over de naderende dood en zegt: ''Maar kind, ik kan jou niet missen.'' Haar dochter antwoordt: ''Het zal toch moeten, en dan mag ik voor altijd bij de Heere zijn.'' Op zaterdag 17 oktober 1942 gebeurt er iets bijzonders, want Sijmpje weet dat ze de volgende dag zal worden weggenomen en vertelt het de anderen. Ze doet dat met de eenvoudige woorden: ''Morgen zeggen de mensen: Nu is Sijmpje Jordaan ook gestorven.'' Het wordt 18 oktober. In de morgendienst gaat ouderling Baars voor in de oud-gereformeerde gemeente. Plotseling onderbreekt hij het preeklezen en zegt hij: ''Gemeente, nu is Sijmpje Jordaan gestorven.'' Het blijkt waar te zijn.

Een paar dagen later vindt de begrafenisdienst plaats. Veel mensen geven blijk van hun deelneming; zelfs zijn van de woningen van Sijmpjes huis tot aan de begraafplaats de gordijnen van de huizen gesloten. Een van haar bekenden is ook iets bijzonders opgevallen. Het blijkt dat de scheurkalender van 18 oktober 1942, de sterfdatumvan Sijmpje, de tekst Hebreeƫn 4=9 vermeldt. Er staat op: ''Er blijft dan een rust over voor het volk Gods''.